Het plaatsen van windturbines in Vlaanderen, in strijd met het algemeen belang?

In een conclusie van 3 maart 2020 adviseert de advocaat-generaal bij het Europees  Hof van Justitie dat de Vlarem II-normen in zake slagschaduw, geluid en veiligheid van windturbineparken te kwalificeren zijn als ‘plannen en programma’s’ in de zin van de Europese richtlijn 2001/42/EG Dit zou impliceren dat de Vlarem II-normen voor windturbineparken niet konden worden vastgesteld zonder voorafgaande milieubeoordeling. Sinds  midden  2016 voeren diverse burgerplatforms in Vlaanderen dit aan bij de raad van  state  en de RVVB. Conclusie van advocaat-generaal M. Campos Sánchez-Bordona van 3 maart 2020
De uitspraak van het Hof van Justitie wordt midden  2020 verwacht. Daarom werd deze mail verstuurd naar onze beleidsvoerders.

Staan we niet voor een dagelijks groter wordende uitdaging wat betreft het gaan kunnen voldoen aan de door Europa opgelegde klimaatdoelen voor 2030 en 2050?

Die taak zal door de lidstaten zelfstandig ingevuld gaan worden. Er dient dus een onderbouwde keuze gemaakt te kunnen worden tussen de verschillende methoden/alternatieven.

Europa legt daarom op dat de lidstaten het door de Unie aangereikte instrumentarium moeten gebruiken, namelijk milieuonderzoek en milieurapportage op planniveau, de plan-MER dus.  Daarin is het alternatievenonderzoek een belangrijk instrument naast de inventarisatie van alle effecten op mens en milieu. Ook dienen burgers tijdig objectief geïnformeerd worden over de verschillende oplossingen, betrokken worden en hun medebeslissingsrecht kunnen uitoefenen op het moment dat alle opties nog op tafel liggen (Verdragen van Aarhus en Espoo, VN).

Dat blijkt helaas in de praktijk consequent niet het geval ten aanzien van de energievoorziening. Heeft men zelfs de Europese plan-MER richtlijn uit 2001 nooit omgezet naar de eigen wetgeving, volgens De Standaard op 6 maart? Het windturbine kader (Vlarem II en de omzendbrieven) is gebaseerd op sterk verouderde aannames, wat politiek niet op tijd is gesignaleerd en het staat ter discussie.

De Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie concludeerde in zijn advies op 3 maart 2020 dan ook dat ons windturbinekader onwettig is.

Dit kan verregaande consequenties hebben voor de uitbouw van onshore windenergie in Vlaanderen. Zal dit ook gevolgen krijgen voor bestaande windturbines? We wachten nog op het definitieve arrest van het Hof.
Vlaanderen geeft vreemd genoeg aan nog vijf jaar gewoon door te willen met het vergunnen van windparken onder een vernietigde wetgeving die bovendien volstrekt ongeschikt blijkt voor de huidige generatie grote windturbines. Maar het gaat niet alleen om de wetgeving, de ruimtelijk omvorming van grote delen van Vlaanderen naar energielandschappen vol windturbines wordt momenteel eveneens structureel zónder voorafgaande plan-MER uitgevoerd.

Is het wenselijk dat Vlaanderen, zoals Wallonië, bij gebrek aan geschikte dus ook de minder geschikte locaties nog gaat invullen met windturbines gebruikmakend van een (vernietigde) wetgeving waarvan de normen nooit onderworpen zijn geweest aan een passende milieubeoordeling zoals Europa dat opdraagt?

Dit conflicteert in hoge mate met de Europese richtlijnen die de lidstaten opleggen een ‘hoog niveau van milieubescherming’ te garanderen.  

Wanneer Vlaanderen er inderdaad in slaagt het van de rechter gedaan te krijgen om nog vijf jaar zo door te mogen, is een deugdelijke nieuwe milieuwetgeving dan nog nodig?  Zullen zeer grote groepen Vlamingen voor onbepaalde duur blootgesteld gaan worden aan nooit onderzochte gezondheidsrisico’s waar o.a. de Hoge Gezondheidsraad  al in 2013 en de WHO in 2018 voor waarschuwde?
Dit is een absurde en te vermijden situatie.

De vergunningsbevoegdheid wil de regering bij gemeenten gaan neerleggen, het is dus zaak dat ook die de bijbehorende problemen tijdig signaleren.

Serieuze twijfels bestaan over de vraag óf windturbines, verbonden met het net, wel een maatschappelijk belang kunnen dienen. De gebruikelijke projectmatige milieurapportage toetst aan wetgeving die niet voldoet en daarnaast mogelijk onwettig is. Commerciële, formele, screeningsnota’s en project-MER’s missen bovendien de vereiste onpartijdigheid.  Het Hof heeft België daarover herhaald op de vingers getikt (Handboek Milieueffectrapportage-recht 2016, Die Keure).

De plan-MER, georganiseerd door de overheden, wordt door de EU opgelegd om voorafgaand lokaal de juiste vragen te stellen en zo de gehele milieu-impact op mens en dier te onderzoeken, dus vooraleer er vergund wordt. We willen daarom graag uw aandacht vragen voor de nota in bijlage: Het plaatsen van windturbines in Vlaanderen.

Leefbare Energie Vlaanderen heeft zich tot taak gesteld om een persistent kennishiaat in te vullen in overleg met andere Europese overkoepelende burgerplatforms en onafhankelijke specialisten in deze materie.

Hoogachtend,

Leefbare Energie Vlaanderen<, denktank en burgerplatform, steeds in samenspraak met ASBL Vent de Raison/WindmetRedelijkheid, de NLVOW, DEI, Vernunftkraft en andere internationale burgerplatforms

Bijlage 1  Het plaatsen van windturbines in Vlaanderen